Wat is een postinterventiedossier (PID)? Uitleg, inhoud en wie het opmaakt
Waarvoor dient een postinterventiedossier?
Het postinterventiedossier, kortweg PID, is een soort handleiding van een gebouw. Wie later onderhoud, herstellingen, een verbouwing of een afbraak uitvoert, moet kunnen nagaan hoe het gebouw in elkaar zit en waar de risico's liggen. Denk aan een elektricien die een muur openmaakt, of een aannemer die een draagmuur wil doorbreken. Met het PID weten ze vooraf waar leidingen lopen en welke elementen dragend zijn.
De verplichting komt uit het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen. Dat besluit voert de welzijnswet van 4 augustus 1996 uit en heeft als doel de veiligheid van iedereen die op een bouwplaats werkt, ook bij latere werken.
Wanneer is een PID verplicht?
Een PID is verplicht voor bouw- en verbouwingswerken die na 1 mei 2001 gestart of uitgevoerd zijn. Dat geldt voor nieuwbouw, maar ook voor renovaties. Bij elke verkoop van een woning of appartement waaraan sinds die datum werken zijn uitgevoerd, moet het dossier aan de koper worden overgedragen.
Werden de laatste werken vóór 1 mei 2001 uitgevoerd, dan is er geen PID nodig. Bestaande plannen, documenten en attesten geef je bij verkoop wel mee aan de nieuwe eigenaar.
Wat moet er in een postinterventiedossier zitten?
De verplichte inhoud staat in bijlage I, deel C van het KB van 25 januari 2001. Hoeveel er in moet, hangt af van de werf.
Altijd verplicht (art. 36, bijlage I, deel C, afdeling II). Dit geldt voor bouwwerken kleiner dan 500 m² en voor werken door één aannemer, dus voor de meeste woningen. Een PID bevat minstens:
- de informatie over de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;
- de informatie over de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, vooral ingewerkte nutsleidingen;
- de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen (as-built);
- de identificatie van de gebruikte materialen.
Werven vanaf 500 m² met meerdere aannemers (art. 35, bijlage I, deel C, afdeling I). Daar komen drie onderdelen bij:
- de architecturale, technische en organisatorische elementen voor de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk;
- de informatie voor wie later werken uitvoert, vooral bij herstelling, vervanging of ontmanteling van installaties of constructie-elementen;
- de verantwoording van de keuzes voor uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen.
In de praktijk komen daar technische fiches, keuringsverslagen, foto's van leidingen voor het dichtwerken en de gegevens van de betrokken partijen bij. Een uitgebreide lijst vind je in onze checklist voor het postinterventiedossier. Hoe dat er in de praktijk uitziet, toont ons voorbeeld van een postinterventiedossier.
Wie stelt het PID op?
Dat hangt af van het aantal aannemers op de werf:
- Twee of meer aannemers, tegelijk of na elkaar: er is een veiligheidscoördinator verplicht. De coördinator-ontwerp opent het PID, de coördinator-verwezenlijking vult het aan tijdens de werken en draagt het over bij de oplevering.
- Eén aannemer: de bouwheer of een derde die hij aanstelt, stelt het dossier op en zorgt dat de wijzigingen tijdens de werken erin terechtkomen.
- Een particulier die zelf werken uitvoert: die wordt niet als aannemer beschouwd en moet het PID zelf openen, aanvullen en bijwerken.
- Appartementsgebouwen: het deel over de gemeenschappelijke delen kan worden toevertrouwd aan de syndicus.
Meer over de situaties zonder coördinator lees je in zelf een postinterventiedossier opmaken.
Hoe lang moet je het PID bewaren?
Het PID hoort bij het gebouw, niet bij de eigenaar. Je bewaart het zolang het gebouw bestaat en je werkt het bij telkens er nieuwe werken gebeuren. Bij verkoop gaat het dossier mee naar de nieuwe eigenaar. Hoe dat precies verloopt, staat in het PID bij verkoop van een woning.
Veelgestelde vragen
Wat betekent PID?
PID staat voor postinterventiedossier. Het is het dossier met alle informatie die nodig is om later veilig werken uit te voeren aan een gebouw.
Is een postinterventiedossier verplicht?
Ja, voor bouw- en verbouwingswerken die na 1 mei 2001 gestart of uitgevoerd zijn. De verplichting komt uit het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
Wie maakt het postinterventiedossier op?
Bij twee of meer aannemers doet de veiligheidscoördinator dat. Bij één aannemer stelt de bouwheer of een door hem aangestelde derde het op. Een particulier die zelf werken uitvoert, maakt het zelf op.
Wat is het verschil tussen een PID en een EPB-verslag?
Een PID gaat over veiligheid bij latere werken: plannen, leidingen, materialen en structuur. Een EPB-verslag gaat over de energieprestatie van een gebouw. Het zijn twee aparte verplichtingen.
Bronnen
- Vlaanderen.be — Postinterventiedossier (PID)
- Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies.
Je PID automatisch laten samenstellen?
Upload je documenten en de PID-generator deelt ze in volgens de verplichte inhoud. Zet je op de wachtlijst voor de pilootfase.
Naar de wachtlijst